Zoals ik al in één van mijn eerste blogjes schreef kwamen CocoPaco en CocoFientje samen bij me. Het plan was om met één kromsnaveltje te beginnen maar ik kreeg het niet over mijn hart om één van de twee achter te laten. Niet dat hun kooien niet netjes waren, of er geen voedsel en water was, maar het verwonderde me enorm dat de beestjes geen speelgoed hadden en ook al in een hele lange tijd niet meer uit de kooi mochten omwille van het kindje dat er was gekomen.
De mensen waar ik ze haalde vertelden me dat ze plots begonnen te bijten nadat ze een weekend naar zee waren geweest. Ik herinnerde me onmiddellijk een zinnetje dat ik had gelezen over papegaaien: Vraag je nooit af of een papegaai zal bijten maar wanneer hij zal bijten.
In het begin liep ik dus wel regelmatig met een pleister rond mijn vingers maar gaandeweg leerde ik hun lichaamstaal begrijpen en zag ik in dat ze bijten als iets niet naar hun zin is of als ze bang zijn. Voor hen is ook hun snavel een instrument waarmee ze iets aftasten.
Het grote verschil tussen hen is dat het popje, CocoFientje, net dat ietsje harder “tast” dan het mannetje. Ergens zie ik de gelijkenis met grasparkietjes: daar bijten de popjes ook meestal harder dan de mannen.
Mijn eerste twee papegaaitjes hebben me wel één ding geleerd: Je kan je nog zoveel inlezen, informeren en naar docu’s kijken, je leert pas goed met hen om te gaan door de ervaring en vooral de lessen die je er uit trekt. Met geduld en respect voor deze prachtige dieren krijg je een maatje voor het leven.
Ik heb drie bonte boerkes en ze zijn zo enorm verschillend van karakter! Ik benader ze dan ook elk op de manier waarop ze willen benaderd worden. Bij de ene open ik de kooi en ga er onmiddellijk met mijn handen in om te kroelen, stapt hij op zonder problemen en bijt nooit… bij de andere weet ik dat ik niet in de kooi mag maar eenmaal er uit het een schatje is… bij de derde,Poppetje, moet alles wat trager en omzichtiger. Zij was een angstig vogeltje toen ik haar 7 maanden geleden adopteerde en bovendien een plukkertje. Ze heeft een superzacht karaktertje en net door mijn ervaring met de eerste twee is het me gelukt om haar langzaam maar zeker uit haar schulp te laten kruipen.
Het is makkelijker om met een jong vogeltje te starten maar een grotere uitdaging om een volwassen papegaai een tweede, of derde kans te geven.
Het is ongelooflijk hoe vlot het gaat eenmaal je elkaar begrijpt. Ja ELKAAR! Want zoals wij hun lichaamstaal leren lezen, zo ook herkend je vogel jouw lichaamstaal. Ze zijn zo slim! En net als kleuters kunnen ze je manipuleren om te doen wat zij willen: bij je zijn, uit de kooi mogen, iets lekkers krijgen, enz…En net als goede ouders moeten wij als baasje (dit woord gebruik ik niet graag) de grenzen trekken van wat kan of niet kan. Ook al krijg je protest… net als bij een kleuter.
Er zijn na mijn eerste twee papegaaitjes nog een aantal vogels bij gekomen want eenmaal je het “vogelvirus” hebt bent je voor de rest van je leven verslaafd aan die intelligente clowns.